Posts tonen met het label Divers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Divers. Alle posts tonen

vrijdag 23 september 2011

Offertes altijd met BTW!

Als ondernemer moet u bij een offerte voor particulieren altijd vermelden of de geoffreerde prijs in- of exclusief BTW is. Doet u dat niet, dan mag de particulier er van uitgaan dat de BTW in de prijs is begrepen. U moet dan zelf voor de BTW opdraaien; u kunt achteraf niet alsnog een factuur met BTW sturen.

Bron: www.belastingbelangen.nl

Mobiele telefoon of computer: meten is weten

De voortschrijdende technologie brengt mobiele telefoons – communicatiemiddelen – en
computers steeds dichter bij elkaar. Dat veroorzaakt onduidelijkheid in de fiscale praktijk. Dat komt omdat de spelregels voor een belastingvrije vergoeding of verstrekking van dergelijke apparaten fors uiteen lopen: voor communicatiemiddelen is een zakelijk gebruik van meer dan 10% voldoende, voor computers ligt die grens op 90% of meer.
Financiën heeft onlangs een duidelijke richtlijn uitgevaardigd: als het beeldscherm van het apparaat, diagonaal gemeten, niet meer dan 7 inch is (17,78 cm) geldt de regeling voor communicatiemiddelen.
Ofwel: smartphones vallen onder communicatiemiddelen maar pocket-pc's, i-Pads, mininotebooks, netbooks, e-readers en navigatieapparatuur vallen niet onder de communicatiemiddelen. Wel mag de werkgever aannemelijk maken dat een specifiek apparaat met een groter scherm toch een communicatiemiddel is.

Bron: www.belastingbelangen.nl

Steekpenningen of relatiegeschenken? - Wel of geen kostenaftrek?

Zakelijke kosten zijn in beginsel aftrekbaar op de winst uit onderneming. In beginsel, want de wet kent voor sommige kostensoorten een aftrekbeperking en weer andere kosten zijn zelfs van aftrek uitgesloten. Bijvoorbeeld steekpenningen. De kosten en lasten die verband houden met - wat de wet noemt - "giften, beloften en diensten" zijn niet aftrekbaar als blijkt dat er sprake is van een strafbaar feit als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht. De inspecteur moet overtuigend aantonen dat er sprake is van een strafbaar feit; niet vereist is dat de ondernemer onherroepelijk veroordeeld is door de strafrechter. De belastingrechter is bij de beoordeling van de door de inspecteur aangedragen feiten en omstandigheden niet gebonden aan de regels van het strafrechtelijk bewijsrecht. En dat schept ruimte.

Download hier het volledige document.

Bron: www.belastingbelangen.nl

Klopt het BTW-identificatienummer?

Gaat u goederen leveren aan een nieuwe buitenlandse afnemer? Controleer dan eerst zijn BTW-identificatienummer voordat u levert tegen het 0%-tarief.
U kunt het BTW-nummer ter verificatie aanbieden bij de Belastingdienst, of dat digitaal controleren via het VIES-systeem op de website van de Europese Commissie, zie ook Taxation and Customs Union - VIES VAT number validation.

Bron: www.belastingbelangen.nl

dinsdag 4 januari 2011

Wijzigingen in de belastingheffing per 1 januari 2011

Via bijgaande link vind u de wijzigingen in de belastingheffing met ingang van 1 januari 2011.

Download hier het volledige document.

woensdag 22 december 2010

Check uw huwelijkse voorwaarden

Zijn uw huwelijkse voorwaarden nog actueel? Of liggen die al jaren te verstoffen in een bureaulade? Ga na of uw huwelijkse voorwaarden nog aansluiten bij wat u en uw echtgenoot daar nu over denken. Een aanpassing van het huwelijksgoederenregime kan gunstig uitpakken, zeker als er in de afgelopen jaren het nodige veranderd is in uw gezins- of familiesituatie, of bij een aanzienlijke stijging of daling van uw vermogen. Vraag uw adviseur om raad.

Bron: www.belastingbelangen.nl

Stel de identiteit correct vast

Als ondernemer / werkgever moet u de identiteit van uw nieuwe medewerkers correct vaststellen. Dat moet u ook doen als u met ZZP-ers werkt. Het vaststellen van de identiteit is geen sinecure; kijkt u maar eens op de site www.weethoehetzit.nl. Daar krijgt u antwoord op vragen als: Wat is een geldig identiteitsbewijs? Hoe zit dat met ID-kaarten van buitenlandse origine? Zijn de lettertekens op dat bewijs wel MRZ-proof? Op deze overheidssite kunt u een digitaal stappenplan Verificatieplicht downloaden. Van harte aanbevolen: een vergissing bij het vaststellen van de identiteit kan u handenvol geld kosten.

Bron: www.belastingbelangen.nl

Regel uw fiscale partner

Let op: per 1 januari 2011 wordt het fiscale partnerbegrip gewijzigd: voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden. Uitgangspunt van de nieuwe regeling (in de inkomstenbelasting) is dat gehuwden en geregistreerd partners altijd fiscaal partner zijn, ook als zij niet samenwonen.
Ongehuwd samenwonenden kunnen niet langer kiezen voor een fiscaal partnerschap. Zij zijn verplicht fiscale partners in enkele, in de wet genoemde situaties, en anders niet:
Onder de nieuwe wettelijke regeling bent u voor de inkomstenbelasting ‘verplicht’ fiscale partners als:
• u gehuwd bent, of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan.
Niet meer van belang is of u en uw echtgenoot samenwonen of op hetzelfde adres staan ingeschreven bij de gemeente.
Echtgenoten die (civielrechtelijk) zijn gescheiden van tafel en bed zijn géén partners.
• u ongehuwd samenwoont en samen ingeschreven staat op hetzelfde woonadres bij de gemeente én u
• een notarieel samenlevingscontract heeft, of
• woont in een woning waarvan u beiden (gezamenlijk) eigenaar bent, of
• samen een kind heeft, of
• de ene partner het kind van de andere partner heeft erkend, of
• u uw huisgenoot heeft aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen.

Ongehuwd samenwonenden zijn ook verplicht partner als ze in het voorafgaande jaar als fiscale partners kwalificeerden, en nog steeds op hetzelfde woonadres bij de gemeente staan ingeschreven. Samenwoners die niet voldoen aan één van de hiervoor genoemde vereisten, zijn vanaf 2011 géén fiscale partners meer. De mogelijkheid om voor het fiscale partnerschap te kiezen vervalt.

Bron: www.belastingbelangen.nl

donderdag 16 december 2010

Oude administratie wegdoen?

De wettelijke bewaartermijn van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers is zeven jaar. Dat betekent dat u aan het einde van dit jaar uw administratie over 2003 en voorgaande jaren (grotendeels) kunt vernietigen. De bewaarplicht van zeven jaar geldt voor alle basisgegevens (zoals het grootboek, de facturen van debiteuren en crediteuren, de in- en verkoopadministratie, de voorraadgegevens en de loonadministratie) en de overige gegevens die van belang kunnen zijn bij een belastingcontrole.
De algemene wettelijke bewaartermijn van zeven jaar is korter dan de BTW-herzieningstermijn voor onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen. De (al dan niet vrijgestelde) BTW-ondernemer blijft daarom verplicht om te bewaren: alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - betreffende onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen - gedurende negen jaar volgend op het jaar waarin de BTW-ondernemer het goed is gaan gebruiken (= de herzieningstermijn).

Bron: www.belastingbelangen.nl

Liever een relatie- dan een concurrentiebeding

Als ondernemer wilt u uw zakelijke belangen beschermen. U wilt voorkomen dat uw werknemers met de kennis en ervaring die ze binnen uw bedrijf hebben opgedaan, goede sier bij de concurrent gaan maken. Een concurrentiebeding moet dat voorkomen. Veel werkgevers willen hun werknemers in zo’n concurrentiebeding zo ongeveer alles verbieden, maar dat vindt de rechter niet goed. Als het beding ‘onredelijk beperkend’ is voor de werknemer, zal de rechter het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen. Als werkgever kunt u dat risico beperken door het concurrentiebeding om te zetten in een relatiebeding. Met zo’n beding verbiedt u de werknemer om – als hij bij de concurrent is gaan werken – in contact te treden of te handelen met de zakelijke relaties die hij in loondienst bij u heeft opgebouwd. Zo’n beding beperkt de werknemer niet meer dan nodig is en dat betekent dat de rechter het vrijwel nooit vernietigt.

Bron: www.belastingbelangen.nl

Personeelsreisje: ga niet de boot in!


Wilt u met uw personeel een dagje uit? Goed plan, moet u doen. Prima voor de onderlinge verstandhouding en dat draagt bij aan goede bedrijfsresultaten. Maar u kunt dan beter niet een dagje gaan varen. De belastingrechter heeft een tijdje
geleden beslist dat de kosten van de boot bij een personeelsreisje niet aftrekbaar zijn. De wet kent een aftrekbeperking voor de kosten van vaartuigen die gebruikt worden voor representatieve doeleinden, en die aftrekbeperking geldt ook voor personeelsreisjes!

Bron: www.belastingbelangen.nl

Tanken: nooit contant betalen

Als u gaat tanken met uw auto van de zaak, betaal dan altijd met uw tankpas, pinpas of creditcard. Bij een contante betaling loopt u het risico om de BTW-aftrek op de brandstofkosten te verspelen! Met de kassabon die u bij een contante betaling ontvangt, kan de fiscus niet nagaan wie de betaling heeft gedaan, en dat is voor de inspecteur voldoende reden om de BTW-aftrek te weigeren. Zelfs als vaststaat dat met de brandstof uitsluitend zakelijke kilometers zijn verreden. Een kassabon zonder traceerbare afnemer voldoet niet aan de wettelijke factuurvereisten. Een en ander geldt uiteraard ook voor de tankbeurten van uw medewerkers met een auto van de zaak.

Bron: www.belastingbelangen.nl

woensdag 22 september 2010

Belastingplan 2011

Minister de Jager van Financiën heeft het Belastingplan 2011 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2011 ingediend bij de Tweede Kamer. Hieronder worden de hoofdlijnen van deze wetsvoorstellen behandeld.
Download hier het volledige document.

dinsdag 2 maart 2010

BTW-identificatienummer

BTW-ondernemers moeten beschikken over het BTW-identificatienummer van hun afnemers.
Om zeker te zijn dat u het juiste nummer heeft, kunt u dat ter verificatie aanbieden bij de Belastingdienst. U kunt het identificatienummer ook checken met het VIES-systeem op de website van de Europese Commissie.
Let op: u kunt geen rechtskracht ontlenen aan de check op VIES. Meerdere EU-lidstaten geven slechts aan of het ingevoerde BTW-nummer geldig is, zonder daarbij de naam van de
ondernemer te tonen. U kunt zo enkel het bestaan van het BTW-nummer verifiëren.

Zorg voor IC-bewijs

Verricht u als BTW-ondernemer intracommunautaire leveringen? U kunt op die leveringen het 0% BTW-tarief toepassen, maar dan moet u wél kunnen aantonen dat de goederen van de ene EU-lidstaat (Nederland) naar de andere lidstaat zijn vervoerd, én dat in de lidstaat van bestemming een intracommunautaire verwerving wordt aangegeven.
Zorg ervoor dat u voldoende bewijsmiddelen hebt om de uitvoer uit Nederland aan te tonen.
Denk aan de nota van de vervoerder, de vrachtbrief, een ontvangstbevestiging, de
verzekeringspolis van het transport, etc. Verder moet u beschikken over een geldig
BTW-identificatienummer van de afnemer. U hoeft niet na te gaan of die afnemer in de lidstaat van bestemming aan zijn BTW-verplichtingen heeft voldaan ter zake van de
intracommunautaire verwerving.

woensdag 13 januari 2010

Overzicht Rijksinkomsten en Rijksuitgaven
























Selectie van belastingmaatregelen

Selectie van verschillende belastingmaatregelen voor de
periode 2009 - 2011
(versie 25 november 2009)
Dit overzicht is een selectie van verschillende belastingmaatregelen uit het Fiscaal stimuleringspakket (wet van 1 juli 2009) en de wetsvoorstellen uit het Fiscaal Pakket 2010 en dient als handreiking voor de praktijk.

woensdag 20 mei 2009

Een Bentley van de zaak: zakelijk of decadent?

Mijn BV – een ingenieursbureau – heeft de afgelopen jaren uitstekend gedraaid, en daardoor beschik ik in de zaak over een ruim bedrag aan liquide middelen dat ik niet direct nodig heb voor de bedrijfsvoering. Ik kan de liquide middelen vrij aanwenden. Ik ben 58 jaar en mijn oudedagsvoorziening in mijn pensioen-BV is op orde. Vanuit deze luxepositie wil ik binnenkort een Bentley gaan kopen, als mijn directiewagen. Ik denk aan een Bentley Continental Gt. 6.0 W12 Mulliner, en die kost € 294.612. Ik realiseer me dat met deze auto een forse bijtelling voor privé-gebruik is gemoeid, maar ik ga proberen die bijtelling te vermijden door de Bentley uitsluitend voor zakelijke ritten te gebruiken. Dat gaat wel lukken, ook al omdat ik in privé een goede Volvo heb. Waar ik meer mee zit, is of de inspecteur deze aanschaf wel zal accepteren. Strikt genomen is deze aanschaf niet 100% zakelijk. Mijn klanten verwachten mij niet in een Bentley, maar ze zullen het wel leuk vinden. Kunt u mij geruststellen?

Antwoord
Nee dat kan ik niet. U geeft zelf al aan dat de aanschaf van uw Bentley niet voor 100% zakelijk gemotiveerd is, en die schatting lijkt ons beiden aan de voorzichtige kant.
De belastingrechter is de laatste jaren steeds strenger geworden bij de beoordeling van gemengde uitgaven in een eenpersoonsvennootschap. Dat is een BV waarvan alle aandelen in handen zijn van één persoon, de DGA. Zoals in uw situatie. De DGA van zo’n BV heeft de mogelijkheid om in de BV uitgaven te doen die zakelijk nuttig zijn, maar die privé ook erg leuk uitpakken. Zoals de aanschaf van een exclusieve auto. Die is nuttig en nodig voor zakelijke ritten, denk aan het bezoeken van relaties en het woon-werkverkeer, en het rijden in zo’n auto is voor de DGA geen straf.


Bij de beoordeling van zo’n uitgave is het motief van de uitgave van groot belang. Waarom koopt de ondernemer – de eenpersoons-BV – zo’n luxe auto? Uitgaven die de BV doet met het oog op de zakelijke belangen zijn zonder meer als kosten op te voeren. De noodzaak voor zo’n uitgave speelt geen enkele rol, het gaat om het motief van de uitgave. Hierbij geldt dat de inspecteur het bedrijfsbeleid van de ondernemer niet mag beoordelen. Hij mag de efficiency van de uitgave niet ter discussie stellen, hij mag uitsluitend het motief beoordelen. Dat geeft de ondernemer met een eenpersoons-BV een ruime marge van handelen, maar er zijn grenzen. En de rechter heeft die grenzen getrokken, in een serie van rechterlijke uitspraken. Die uitspraken gaan over Cessna’s, maar ook over renpaarden als middel voor reclame voor de bedrijfsactiviteiten van de BV. De stand van zaken in de rechtspraak is als volgt. Als de BV een uitgave doet waarmee zakelijke belangen én de persoonlijke belangen van de DGA zijn gediend, is in beginsel sprake van een kostenpost. Maar dat ligt anders als er sprake is van een wanverhouding, als vaststaat dat die uitgave nooit tot een positieve bijdrage aan het bedrijfsresultaat zal leiden. Bij zo’n uitgave zegt de belastingrechter “kan geen redelijk oordelend ondernemer volhouden dat hij die uitgave heeft gedaan met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming”. In feite toetst de rechter de efficiency van de uitgave, maar de formulering van de uitspraak koppelt aan het motief daarvan. Zo’n wanverhouding is direct herkenbaar: er is sprake van een kosten-batenanalyse die per definitie negatief uitpakt. Dat criterium biedt geen soelaas bij gemengde uitgaven met een moeilijk meetbare directe opbrengst. Zoals de aanschaf van een dure auto. Daar heeft de Hoge Raad een paar jaar geleden een meer gedetailleerd criterium voor gegeven. Als de uitgave een zakelijk doel heeft, is sprake van kosten tenzij blijkt dat die uitgav e mede is ingegeven om de persoonlijke behoeften van de DGA te bevredigen. Dat laatste gedeelte van de uitgave ontbeert het vereiste zakelijke motief en dat is daarom geen kostenpost, maar een uitdeling van winst.

Mij lijkt dat in uw situatie met de aanschaf van de Bentley een knip in de uitgave moet worden aangebracht: een deel heeft een zakelijk motief, een ander deel een overduidelijk privé motief. Waar die scheidslijn in uw situatie ligt, valt op afstand moeilijk te zeggen. Ik raad u aan om deze zaak vooraf met de inspecteur te bespreken. Voor uw belastingadviseur is het een mooie uitdaging om uw Bentley als zakelijke uitgave aangemerkt te krijgen.

Bron: BelastingBelangen Augustus 2008
Copyright: BelastingBelangen
Link: http://www.belastingbelangen.nl/

dinsdag 19 mei 2009

Gefactureerde BTW: gegronde twijfel

De ondernemer die zijn klanten BTW in rekening brengt, moet die BTW tijdig aan de schatkist afdragen. Doet hij dat niet, dan volgt al snel een naheffingsaanslag mét boete.
Maar als de ondernemer twijfelt over de vraag of hij wel BTW verschuldigd is over de door hem verrichte diensten, en zijn adviseur die twijfel niet kan wegnemen en de zaak voorlegt aan de bevoegde inspecteur, dan moet bij naheffing een boete achterwege blijven.

‘Aan het Werk’, een samenwerkingsverband van arbeidsdeskundigen en medisch instellingen, startte in maart 2001 met de exploitatie van een arbeidskundig adviesbureau. De werkzaamheden van het bureau bestonden voor een groot deel uit het uitvoeren van diagnoses, op medisch, psychisch en arbeidskundig terrein. Onduidelijk was of voor die werkzaamheden de BTW-vrijstelling voor medische dienstverlening van toepassing was. De belastingadviseur van het adviesbureau legde die vraag voor aan de bevoegde inspecteur. ‘Aan het Werk’ declareerde haar werkzaamheden voorlopig mét BTW aan haar afnemers, maar die BTW droeg zij niet af aan de fiscus, in afwachting van het definitieve standpunt van de inspecteur. Zij diende wel aangiften omzetbelasting in, met een af te dragen bedrag van nihil; in de aangiften claimde zij géén aftrek van voorbelasting.

In januari 2002 deelde de inspecteur mee dat de BTW-vrijstelling niet van toepassing was op de volledige dienstverlening van ‘Aan het Werk’. Afgesproken werd dat het adviesbureau over 2001 en 2002 een gesplitste jaarrekening zou opmaken met een BTW-belaste en een BTW-vrijgestelde omzet. De belastingadviseur zou die splitsing en de toerekening van de BTW-vooraftrek kritisch bezien en de afdracht van de per saldo verschuldigde BTW begeleiden. In maart 2003 werd de concept jaarrekening over 2002 afgerond. De belastingadviseur verzond die maand een memo naar de inspecteur, met daarin een toelichting op de ultimo 2002 op de balans opgevoerde schuld inzake de nog af te dragen BTW.

In juli 2004, toen nog steeds geen afdracht had plaatsgevonden, legde de inspecteur een naheffingsaanslag op (tot een bedrag van € 119.972), met een boete van 25%. Volgens de inspecteur was het aan grove schuld van het adviesbureau te wijten dat de verschuldigde BTW nog steeds niet was afgedragen. Belanghebbende had haar diensten mét BTW gefactureerd, en dan verplicht de wet om die BTW tijdig af te dragen, zelfs als later blijkt dat de BTW niet verschuldigd is. Het uitstellen van die afdracht was verwijtbaar als grove schuld.

Rechtbank Haarlem was het daarmee eens. De Rechtbank vond 25% boete ‘passend en geboden’. Hof Amsterdam kwam in hoger beroep tot een veel coulanter uitspraak. Belanghebbende kon geen grove schuld worden verweten. Zij had gegronde redenen om te betwijfelen of de door haar verrichte diensten mét BTW moesten worden gefactureerd. Zij had die vraag voorgelegd aan de Belastingdienst, en toen die beantwoord was had zij de uitwerking van de met de inspecteur gemaakte afspraken overgelaten aan haar adviseur.

Het vermelden van BTW op de uitgereikte facturen zonder die BTW op aangifte te voldoen vond het Hof onvoldoende reden om grove schuld aanwezig te achten. Het Hof vernietigde de boete.

Commentaar

De omzetbelasting hanteert een eenvoudig principe: gefactureerde omzetbelasting is per definitie verschuldigd. De wet kent daarvoor een speciale vangnetbepaling, inhoudende dat wanneer een ondernemer – maar ook een particulier! – op een door hem verstrekte factuur “op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting” hij die omzetbelasting verschuldigd is. Ook als later blijkt dat die belasting volgens de reguliere regels van de BTW niet verschuldigd is. Op grond van deze regeling had de belanghebbende in deze procedure de door haar gefactureerde BTW al lang moeten afdragen aan de schatkist. Dat zij dat niet gedaan heeft, vindt de Amsterdamse belastingrechter in de gegeven situatie terecht niet verwijtbaar. Daarmee blijft het principe van ‘gefactureerde omzetbelasting is verschuldigd’ in stand, maar bij gegronde twijfel aan die BTW-afdracht moet een boete bij naheffing achterwege blijven.

Bron: BelastingBelangen Augustus 2008
Copyright: BelastingBelangen
Link: http://www.belastingbelangen.nl